F-pupillen Opleidingsdoelstelling F- pupillen


1e jaars F-pupillen (6-8 jaar)

In deze fase gaat het om het ontwikkelen van de techniek (TIC).

Het ontwikkelen van het balgevoel. Kinderen moeten "baas worden over de bal".

zodat de bal middel kan worden om spelbedoelingen te realiseren. Oefenstofgebieden hebben een nauwe relatie zodat de bal middel kan worden om spelbedoelingen te realiseren. Oefenstofgebieden hebben een nauwe relatie met spelbedoelingen en functies van het voetballen, en bestaan uit afgeleide spelvormen. 

  • Methodische aanpak om leerdoelstellingen te realiseren
  • Van balgewenning naar doelgerichtheid
  • Van bal als doel naar bal als middel
  • Aandachtspunten voor de coachingspraktijk
  • Kennis van en inzicht in alle voetbaltechnische handelingen is voorwaardev
  • Voor iedereen een bal beschikbaar
  • Veel afwisseling in de training
  • Per training komen alle spelbedoelingen aan bod
  • Inspelen op de fantasiewereld van de kinderen
  • Rekening houden met gering concentratievermogen
  • Geen verwachting hebben van samenwerking
  • Zeer korte uitleg
  • Tijd optimaal benutten
  • Zelf voordoen beter dan zelf uitleggen

Doelstelling 1e jaars F

  • Voorfase 
  • Baas worden over de bal
  •  
  • 5 - 6 jaar (op weg naar 4 tegen 4)
  •  
  • 6 - 7 jaar (de bal is rond... en dat is best moeilijk)
 

De bal als doel !!

Doelstelling 2e jaars F

Ook in deze fase gaat het om het verder ontwikkelen van de techniek (TIC). 

Wat is TIC

Als je je gaat verdiepen in oefenstof voor je leeftijdsgroep dan zal je vaak tegen het begrip TIC aanlopen. Hier een korte uitleg van TIC.

De elementen waaruit het spelen van spel is opgebouwd, oftewel de middelen om de bedoeling van het spel (het winnen van de wedstrijd) na te kunnen streven, kunnen worden verwoord onder het TIC-principe. We zeggen ook wel : "Voetballen, je moet er een TIC voor hebben!". Deze elementen waaruit een spel is opgebouwd, zijn:

Techniek: De vaardigheid die nodig is om het spel te kunnen spelen. Hoe klein de kinderen ook zijn, hoe laag het niveau van spelen ook is, de spelers bezitten per definitie een bepaalde mate van technische vaardigheid.

Inzicht: Het inzicht in het spel is nodig om te begrijpen welke acties ondernomen moeten worden, of juist niet, en is vooral afhankelijk van ervaring en spelintelligentie.

Communicatie: Tijdens het spel wordt gecommuniceerd met alle weerstanden, die bij het spel betrokken zijn: Natuurlijk medespelers en tegenstanders (verbaal en non-verbaal), maar ook met de bal (snelheid/gewicht/hard-zacht opgepompt etc.), terrein (vlak/hobbelig / natdroog), publiek (opjutten / aanmoedigen), scheidsrechter/grensrechters, de coach etc.

TIC omvat alle middelen om het spel te spelen en die het spel beïnvloeden. Een extra complicerende factor is bovendien de continue verandering, de beweging van alle spelingrediënten. Alles verandert bij voortduring, hetgeen steeds opnieuw om nieuwe oriëntaties en beslissingen vraagt. Waarnemen is hierin het sleutelwoord. Dit zal in de volgende hoofdstukken dan ook steeds het uitgangspunt zijn. Zoals gezegd: "Voetballen, je moet er een TIC voor hebben!" Des te groter de TIC, des te groter het voetbalvermogen. Spelers, die beter willen worden, moeten hun voetbal-TIC dus zien te vergroten!

Voor het ene spel geldt, dat de techniek bepalend is en zelfs een weerstand kan worden om de andere elementen te kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld: voor kinderen die gaan hockeyen is veelal de technische vaardigheid de beperkende factor om het spel naar zijn bedoelingen te kunnen spelen. Voor een ander spel kunnen juist inzicht en communicatie de beperkende factor zijn. Op hoe hoger niveau het spel wordt gespeeld, des te meer zullen in een spel winst en verlies door inzicht en communicatie worden bepaald: het gaat dan om het functioneren van het team (teambuilding). Veel mensen die voetballen, spelen. Zij vermaken en ontspannen zich. Wanneer voetbal op die manier wordt gespeeld, heeft het geen doel, maar is het doel op zichzelf. Het is lekker om te voetballen. Tijdens het voetballen gaat het wel om winnen, maar de voetballer investeert niet in het verbeteren van zijn voetbalprestatie. Dat is minder belangrijk. Voetballen is ook een sport. Sport vraagt om het verbeteren van prestaties. Voetballen heeft dan een doel: winnen. 

Om te winnen moeten weerstanden worden overwonnen. Alle vaardigheden (TIC), die nodig zijn om het spel zo goed mogelijk te kunnen spelen, moeten worden verbeterd. Bij voetballen als sport hoort gerichte voetbaltraining: Het systematisch, planmatig verbeteren van de voetbalprestatie. Voetballen is bovendien wedstrijdsport. Het kenmerk van wedstrijdsport is dat er van een tegenstander of tegenpartij kan worden gewonnen of verloren, waarmee kampioenschap, promotie en degradatie is gemoeid. In wedstrijdsport verloopt de competitie over een langere periode. Onderdeel van de wedstrijdsport is de topsport. Kwalificatiereeksen en eindtoernooien als EK en WK zijn begrippen, die in de topsport thuishoren. De grens waar topsport begint is moeilijk te trekken. Zo beleeft iedereen het voetballen verschillend. Voor de een staat recreatie voorop (sport als middel), voor de ander is voetbal voor een periode in het leven een doel. Sommigen verdienen er zelfs hun brood mee. Het overeenkomstige tussen alle voetballers is, dat de spelers het leuk vinden om te doen. Het is in ieder geval een spel dat door de ontelbare mogelijkheden nooit verveelt.