D-pupillen Taken en functies


Taken en functies van een elftal

Speelwijze, formatie/systeem en veldbezetting

De wijze waarop een elftal speelt is over het algemeen terug te zien in de formatie/het systeem van de spelers in het veld. Er wordt gesproken van bijvoorbeeld een 4-3-3 of 3-4-3 of 4-4-2 formatie. In welke formatie(systeem) er ook wordt gespeeld, spelers dienen zich te houden aan de bij die formatie horende veldbezetting.

De keuze van een speelwijze en de daarbij te hanteren formatie heeft vooral te maken met de karakteristieken van de spelers. Verder met o.a. het belang van de wedstrijd (opleiding jeugdspelers, of winnen van een competitie?) weerstand, stand in de competitie e.d.

Elke formatie kent min of meer zijn eigen veldbezetting. Bij elke formatie en de daarbij behorende verschillende posities zijn taken en functies te onderscheiden. Belangrijk is dat iedere speler deze taak en die van zijn medespelers kent. Naast het kennis hebben van deze taken gaat het er vervolgens om er in de wedstrijd naar te handelen.

De uitvoering van de taken door de spelers is afhankelijk van het inzicht in het spel, het herkennen van voetbalsituaties. Tevens moeten de spelers over voldoende technische vaardigheid beschikken en het vermogen hebben te communiceren met de omgeving (T.I.C.)

De meest logische veldverdeling/veldbezetting zeker in het kader van het jeugdvoetballeerproces, is de keeper, drie verdedigers, drie middenvelders, en drie aanvallers. Rest dan nog een speler. Afhankelijk van niveau, bedoeling van de wedstrijd en fase van het leerproces kan deze positie worden ingevuld:

  • Achter de drie verdedigers
  • Voor de drie verdedigers
  • Wisselend voor, achter, of tussen de 3 verdedigers.
  • Extra op het middenveld, bijvoorbeeld in een ‘ruit’ formatie
  • Extra aanvaller, als schaduwspits achter een diepe spits

In de uitwerking van de diverse taken wordt in ons voorbeeld uitgegaan van een 4-3-3 formatie. De taken en functies die bij het spelen van deze formatie om de hoek komen kijken, moet de coach kennen. Alleen dan kan hij immers de spelers van het team verder helpen.

Het is belangrijk dat iedere speler weet wat de bedoelingen zijn ( en wat er van hem gevraagd wordt op die positie) en op welke wijze deze gerealiseerd moeten worden. Dit zowel gezien vanuit de speelwijze van het gehele team, de verschillende linies, als de posities en taken individueel.

Belangrijke elementen zijn:

  • Basisformatie
  • De bedoelingen van: 1. het gehele team, 2 linies en 3 verschillende posities
  • Het moment: de bal in bezit en de tegenpartij in balbezit.

Een speelwijze van een elftal is gebaseerd op:

  • 1. Resultaat, in voetballen gaat het om winnen
  • 2. Spelvreugde / leereffect.

Het opbouwende, aanvallende, naar voren gerichte aspect heeft in de speelwijze van jeugdvoetballers een belangrijke plaats. Ermee winnen ( het uiteindelijke doel) is echter een ander verhaal. Vanaf de C-junioren gaat het rendement van de acties van de spelers de grootste rol spelen. Daarna moeten de spelers gaan leren prestaties van het team, boven de individuele prestatie te plaatsen (16-18 jaar)

Dit is alleen mogelijk als taken en de onderlinge samenhang kloppen.

In jeugdvoetbal gaat de ontwikkeling van spelers boven het behalen van het kampioenschap.

Voor de coach is er een ander doel (leren voetballen) dan voor de spelers, waarvoor het kampioenschap wel degelijk het doel is. Voor hen gaat het om winnen. Aan de spelers worden hoge eisen gesteld. Tijdens de wedstrijd wordt duidelijk of de spelers aan deze eisen kunnen voldoen.

Op de volgende vragen komt tijdens de wedstrijd een antwoord:

  • 1. Wordt de doelstelling gehaald? (Is er resultaat)
  • 2. Wordt de taak begrepen? (Toont de speler inzicht? Begrijpt hij het?)
  • 3. Wordt de taak goed uitgevoerd? (Kan de speler het?)
  • 4. Is er een goede samenwerking, voldoende evenwicht, voldoende communicatie?

Algemeen

Om de gekozen speelwijze uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk om er in besprekingen, trainingen en nabesprekingen van de wedstrijd de nodige aandacht aan te besteden. Steeds weer dient aan de orde te komen: De formatie, veldbezetting. veldverdeling ( wie speelt waar?) De speelwijze ( hoe wordt er opgebouwd, aangevallen en verdedigd en welke spelers spelen in de verschillende momenten welke rollen?) Taken en verantwoordelijkheden van de verschillende posities (individueel, in een linie of als gehele team) De kwaliteit van het positiespel - moet een routinezaak worden waar het elftal steeds weer aan werkt, de perfectie zien te bereiken ( inzicht in de bedoelingen van het positiespel). Het winnen van 1 tegen 1 duels (inclusief het duel om de zogenaamde afvallende ballen) Het rendement in de eindfase van het positiespel (worden er scoringskansen gecreerd door het centrum en/of over de vleugels?). Het benutten van kansen. Het scoren.